Lijden is het beginpunt van de hele boeddhistische analyse. Niet uit pessimisme, maar uit eerlijkheid. De eerste van de vier edele waarheden is: er is lijden. Eerst moeten we kunnen zien wat er is, voordat we kunnen onderzoeken hoe het werkt.
Het Tibetaanse begrip is ruimer dan ons "lijden"
Het Tibetaanse woord sdug bsngal, en het Sanskriet duḥkha, betekenen meer dan alleen pijn of verdriet. Een dichtere vertaling is: onvoldaanheid, ongerief, dat wat niet in balans is. Het wijst op de onderhuidse onrust van het leven, niet alleen op extreme pijn.
De Boeddha zei niet "alles is lijden". Hij zei "lijden moet gekend worden". Dat is een groot verschil. Het is een uitnodiging tot onderzoek, geen oordeel over het bestaan. — Een belangrijke correctie
Drie soorten lijden
De Tibetaanse traditie onderscheidt drie soorten lijden, elk een laag dieper dan de vorige:
Lijden van lijden
Tibetaans: sdug bsngal gyi sdug bsngal. Dit is de meest zichtbare laag: de pijn die we als pijn herkennen. Lichamelijke pijn, ziekte, verdriet, verlies. Niemand hoeft hierop gewezen te worden — het is direct voelbaar.
Lijden van verandering
Tibetaans: 'gyur ba'i sdug bsngal. Dit is subtieler. Het is het lijden dat verborgen zit in plezier. Een mooie dag eindigt. Een goed gesprek loopt af. Een lekkere maaltijd is op. Alles wat we waarderen, eindigt. En precies daarin schuilt een vorm van pijn.
Pervasief lijden
Tibetaans: khyab pa 'du byed kyi sdug bsngal. Het diepste lijden. Het is de onderhuidse onrust die altijd aanwezig is omdat we bestaan binnen condities die voortdurend veranderen, en we hechten aan dingen die niet stabiel zijn. Niet voelbaar als pijn, maar voelbaar als ondergrond.
We willen graag dat alles blijft zoals het is als het goed is, en wegga als het slecht is. Maar de werkelijkheid werkt niet zo. Daar zit de bron van veel van ons lijden. — De aard van pervasief lijden
Waarom dit te bestuderen
Lijden bestuderen klinkt zwaar. Maar het tegendeel is waar. Door lijden eerlijk onder ogen te zien, ontstaat de mogelijkheid het te beëindigen.
Een arts moet eerst de diagnose stellen voordat hij kan behandelen. Net zo is het met de geest: pas als we weten welke pijn ontstaat door welke oorzaak, kunnen we iets aan die oorzaak doen.
Het mooie van de boeddhistische analyse is dat ze ons laat zien: lijden ontstaat niet willekeurig. Het heeft oorzaken. En omdat het oorzaken heeft, kan het ook beëindigd worden.
Lijden en mededogen
Het inzicht in lijden — eigen lijden én dat van anderen — is de wortel van mededogen. Wie de aard van lijden werkelijk doorziet, kan het lijden van anderen niet langer met afstand zien. Het zien wordt het voelen, en het voelen wordt de drang om te helpen waar mogelijk.
Mededogen is niet een gevoel dat je opwekt. Het is wat vanzelf ontstaat als je werkelijk ziet wat lijden is — bij jezelf en bij de ander. — Tulku Lobsang Rinpoche
Verder lezen
Lijden vormt de rode draad door alle lessen. In Les 0 wordt het kader van de vier edele waarheden gegeven. In de latere lessen wordt onderzocht welke specifieke mentale factoren lijden veroorzaken — en welke factoren naar geluk leiden.